Alles Over Elektrische Installaties: De complete en logische leerbron voor iedereen die veilig en correct met elektriciteit wil werken.
Duik in de basis: van de Wet van Ohm en kabelberekeningen tot de strenge AREI/NEN normen. Leer de werking van cruciale componenten zoals aardlekschakelaars, kruisschakelaars en VFD’s beheersen. Dit platform biedt de praktische kennis om elk project tot een succes te maken, van de kleinste bedrading tot de grootste domotica- en PV-installatie.
Een nieuwe elektrische installatie geplaatst? Of ben je van plan je woning te verkopen? Dan moet je je installatie verplicht laten keuren. Welk prijskaartje hangt daaraan vast?
Zo'n keuring moet gebeuren door een zogenaamd 'erkend controleorganisme'. Een volledig overzicht vind je op de website van de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie.
Gemiddelde woning of grote villa?
Eén van de bedrijven op die lijst is OCB. "De prijs voor het keuren van een huishoudelijke installatie ligt bij ons tussen de 127 en 183 euro. Inclusief btw en verplaatsingskosten", vertelt Xavier Malherbe van OCB. "Een standaardwoning met zo'n dertig kringen zit aan de onderkant van de prijsvork. Een villa met verschillende elektrische borden zit tegen de maximumprijs." Hoe uitgebreider de installatie, hoe duurder. Want hoe meer werk voor je controleur.
"Een verschil tussen nieuwbouw en renovatie? Neen. Omdat het bij verbouwingen meestal gaat om volledig vernieuwde installaties. De prijzen zullen dus niet veel schelen."
150 euro
Die prijssetting komt overeen met die van zelfbouwfirma Easykit. Volgens hen mag je uitgaan van zo'n 140 euro. De overheidswebsite WonenVlaanderen schat de kosten wat lager in: gemiddeld 125 euro. Samengevat: als je 150 euro inrekent, kom je niet voor verrassingen te staan.
Opgelet: dit zijn kosten die enkel en alleen te maken hebben met de keuring. De schema's die je bijvoorbeeld moet voorleggen, zijn voer voor je elektricien. En die werkuren behoren dan ook tot zijn factuur.
Elke elektrische installatie moet door een erkend controle organisme gekeurd worden volgens de AREI normen, eender wanneer ze in gebruik werd genomen, bij elke
wijziging
verzwaring
of uitbreiding.
Elektrische installatie in gebruik genomen voor 1 oktober 1981
Als u een woning verkoopt met een elektrische installatie die in gebruik werd genomen voor 1 oktober 1981, dan bent uverplicht om een keuring van uw elektrische installatie te laten uitvoeren. Enkel als u al een gelijkvormigheidsverslag gebaseerd op het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties (A.R.E.I.) hebt, is dit niet nodig. Let op: als de woning onbewoonbaar werd verklaard, moet u geen elektrische keuring laten uitvoeren.
Deze keuring mag enkel gebeuren door de erkende controleorganismen(externe website). Het keuringsattest moet u bij de verkoop kunnen voorleggen.
Een controle door een erkend organisme kost ongeveer 125 euro. De controleur kijkt de elektrische installatie na en maakt een keuringsverslag op.
Het attest of keuringsverslag wordt bij de officiële verkoopakte gevoegd.
Zonder het keuringsverslag kan de verkoop niet doorgaan.
Het keuringsverslag mag zowel positief als negatief zijn.
Let op: Binnen de 18 maanden na de datum van de verkoop moet de installatie opnieuw gekeurd worden. Dit moetniet gebeuren door hetzelfde controleorganisme dat het keuringsattest voor verkoop heeft opgemaakt. Als de werken nog niet klaar zijn, kan uitstel aangevraagd worden bij de FOD Economie.
Elektrische installatie in gebruik genomen na 1 oktober 1981
Elektrische installaties die na 1 oktober 1981 in gebruik werden genomen, moeten gekeurd worden voor ze in gebruik gesteld worden volgens de A.R.E.I. normen.
Nadien moeten deze installaties gekeurd worden om de 25 jaar. Wanneer de installatie niet in orde is, moet deze binnen de 12 maanden in orde gebracht worden en herkeurd worden door hetzelfde keuringsorganisme. Het attest van de eerste keuring of herkeuring volstaat bij de verkoop van de woning. Zonder het attest kan de verkoop niet doorgaan.
De geïntegreerde proef of gip maakt in het Vlaamse tso, kso en bso deel uit van het examenprogramma van het laatste jaar. De leerlingen moeten dan een werkstuk afleveren waarin de verschillende vakken aan bod komen. De proef wordt in zijn geheel beoordeeld, ook al dragen verschillende vakken bij tot het eindtotaal. Vroeger werd dit kwalificatieproef genoemd. Eigenlijk moet de leerling hiermee bewijzen dat hij zelfstandig een opdracht in zijn vakgebied kan afleveren. De geïntegreerde proef wordt dan ook beoordeeld door een gemengde jury die deels bestaat uit leerkrachten, deels uit mensen uit de praktijk van het vakgebied. Enkele voorbeelden:
In de studierichting elektromechanica maakt de leerling een tennisballenkanon. Behalve de toepassingen van theoretische mechanica (constructie, veerkracht ...) en elektriciteit (aandrijving, spanningsbeveiliging) moet het toestel ook nog geconstrueerd (praktijkvak) worden. Daarnaast zijn in het vak computergestuurd technisch tekenen de nodige werktekeningen gemaakt. Voor het vak Nederlands schrijft de leerling nog een handleiding, en in het vak geschiedeniskomt de evolutie van het tennis aan bod. Bij bedrijfseconomie wordt de prijs berekend en in de les wiskunde heeft hij een kansberekening gemaakt hoe vaak de tennisbal in het opslagvak zal terechtkomen.
In de studierichting hotel gaat het vaak om het bereiden van een menu, met inbegrip van gebruikte termen (Nederlands, Frans, Engels, Duits), calorie- en voedingswaardenberekening, wijnkennis, herkomst van het gerecht (geschiedenis), kostprijsberekening (economie), kwaliteitscontrole ...
In de studierichting houtbewerking gaat het om het maken van een zelfontworpen constructie bv.: tuinmeubelen, kasten, deuren, ramen, poorten, veranda's ... De leerling is vrij in het maken van deze keuze. De leerling moet over het eindwerk een dossier maken waarin alle technische details worden ingestoken bv.: uitleg over de gebruikte houtsoort, gebruikte machines, machinale bewerkingen, toegepaste constructies, werkvolgorde, tekeningen, kostprijs berekening,...
Hieruit blijkt dat de leerlingen een groot gedeelte van het jaar met zelfstandig werk en voorbereiding van hun gip bezig zijn. De presentatie (mondeling en schriftelijk) van het werkstuk voor de jury, wordt uiteraard ook beoordeeld als communicatievaardigheid.
Elektriciteit is een kwestie van de juiste draden op de juiste plaats aan te sluiten. Wij laten zien hoe je een badkamerventilator aansluit op het elektriciteitsnet.
Een verlichtingstoestel bestaat uit verschillende onderdelen: de armatuur, eventuele hulpapparatuur en natuurlijk de lamp zelf. Lampen bestaan in allerlei uitvoeringen. Ze kunnen onderverdeeld worden in vier categorieën met elk haar voor- en nadelen.
GLOEILAMPEN
Gloeilampen gaan stilaan verdwijnen uit ons interieur. De Europese Unie heeft immers beslist dat er vanaf 1 september 2012 geen meer verkocht mogen worden in Europa. De nadelen van gloeilampen zijn de korte levensduur en het hoge verbruik. Nochtans heeft de gloeilamp ook voordelen. De gewone versie is goedkoper dan de meeste andere lamptypes, en alle gloeilampen zijn goed bestand tegen veel en snel aan- en uitschakelen, wat handig is in kamers waar het licht slechts kort brandt.
Gloeilampen mogen vanaf september 2012 niet meer verkocht worden.
HALOGEENLAMPEN
Halogeenspots produceren een helder, gebundeld wit licht en zijn daarom ideaal als accentverlichting. Halogeenlampen werken volgens hetzelfde principe als een gloeilamp, maar hebben een langere levensduur. Hun verbruik ligt echter aan de hoge kant. Doordat de meeste spots op laagspanning werken, heb je een transformator nodig om ze aan te sluiten op het elektriciteitsnet. Er bestaan echter ook halogeenspots die je rechtstreeks op de netspanning kan aansluiten. Deze zijn duurder en hebben een kortere levensduur. Ze vereisen ook een andere fitting dan laagspanningsspots.
Halogeenlampen hebben een langere levensduur dan gloeilampen, maar hun verbruik ligt nog hoog.
FLUORESCENTIELAMPEN
Fluorescentielampen, waarvan de spaarlamp en de tl-lamp de bekendste voorbeelden zijn, hebben een lichtopbrengst die vijf keer hoger ligt dan bij een gewone gloeilamp. Beide types zijn ook goedkoper dan de gloeilamp en hebben een langere levensduur.
Tl-lamp
Een klassieke tl-lamp heeft een starter nodig om op het lichtnet aangesloten te worden. Tegenwoordig worden dikwijls elektronische voorschakelapparaten gebruikt. Hiermee uitgeruste tl-lampen zijn iets duurder, maar hebben heel wat pluspunten ten opzichte van de gewone versie. Zo springt de lamp in één keer aan zonder vervelend te zoemen.
De belangrijkste voordelen zijn echter de dubbel zo lange levensduur (16.000 tot 20.000 branduren) en een daling van het energieverbruik met ongeveer 25 %. Op led-verlichting na zijn tl-lampen trouwens de meest energiezuinige lampen.
Een tl-lamp heeft een starter nodig om aangesloten te worden op het lichtnet.
Spaarlamp
Spaarlampen zijn compacte fluoresecentielampen met dezelfde voor- en nadelen als tl-lampen. Door hun compactheid zijn ze geschikt voor andere armaturen en toepassingen. Spaarlampen werden lange tijd beschouwd als ongezellig en kil, maar vandaag is dat niet meer het geval.
Een spaarlamp van 15 watt produceert evenveel licht als een traditionele gloeilamp van 75 watt. Een goede zaak voor het milieu en voor je energiefactuur. De meeste spaarlampen hebben een schroeffitting en passen in dezelfde armaturen als een gloeilamp. Een minderheid is voorzien van een prikfitting. Deze spaarlampen vergen een aangepast armatuur.
Een spaarlamp van 15 watt produceert evenveel licht als een gloeilamp van 75 watt.
LED-VERLICHTING
Led-verlichting is energiezuinig, heeft een lange levensduur, produceert weinig warmte en biedt talrijke kleurmogelijkheden. Dankzij hun compactheid zijn leds bijzonder geschikt om in te bouwen in dunne, vlakke armaturen. Zeker voor wand- en vloerverlichting is dit interessant.
Ook als je houdt van gekleurd licht en lichteffecten, zijn leds interessant. Maar de led overstijgt stilaan het puur decoratieve en wordt steeds vaker gebruikt als algemene verlichting, al is de lichtopbrengst nog altijd niet te vergelijken met de andere soorten lampen. Doordat leds werken bij een lage spanning is een omvormer nodig. In tegenstelling tot andere lichtbronnen zijn led-lampen wel redelijk prijzig.
Leds overstijgen het louter decoratieve en worden steeds vaker ingezet als algemene verlichting.
De easy stuurrelais van Moeller blijven innoveren om het voor u als gebruiker steeds easyer en interessanter te maken. Want of u nu kiest voor de "kleine" easy500 of de grootste easy800, als u de juiste kiest voor de juiste toepassing zal hij u niet teleurstellen. De easy is lang niet meer het "veredelde tijdrelais" maar kan zich al heel goed meten met een hoop toepassingen waar we nu nog plc's in zetten. Een easy heeft de mogelijkheid om via zijn easy netwerk 8 deelnemers te beheren over een afstand van 1000 meter waarbij we gauw al 300 I/O punten kunnen aansturen. Teksten - variabel en dynamisch - kunnen op een eenvoudige manier op het display worden weergegeven. En met de easy MFD is het mogelijk om daar ook nog grafische eigenschappen aan toe te voegen.
De easy500 blinkt uit in zijn eenvoud,prijs en opzet: 8 digitale ingangen (2 als analoog ), 4 relais of transitor uitgangen, tekstdisplay en toetsen.Hij beschikt bv. over 16 timer, tellers,Counters, analoge vergelijkers etc.
De easy700 biedt een ruimer aantal in en uitgangen (12 ingangen waarvan er 4 als analoog zijn te gebruiken en 6 relais of 8 transistor) en functies. Tevens is hij eenvoudig hardwarematig uit te breiden. De easy 700 wordt dan ook met name ingezet daar waar meer I/O wordt gevraagd.
De easy800 verenigd veel zgn. "PLC" eigenschappen met een eenvoudige bediening van de populaire easy stuurrelais. Naast de vele extra functies t.o.v. de easy500 en easy700 biedt de easy800 een compleet systeem van software en bediening voor intelligente oplossingen voor machines, installaties en gebouwen. En door de mogelijkheid van zijn open veldbuskoppeling maakt hem uitermate geschikt voor vele toepassingen.
Teken met een potlood de inbouwplaats van het stopcontact af op de muur. Gebruik hiervoor de omtrek van het inbouwpotje.
Houd rekening met de hoogte waarop u het stopcontact plaatst. In een droge ruimte moet de middenlijn van het potje zich op minimum 15cm van het vloeroppervlak bevinden. In een vochtige ruimte is dit zelfs 25cm.
Wenst u een tweevoudig of een drievoudig stopcontact te plaatsen, houd dan rekening met de opstelling. Verticale plaatsing: Klik de inbouwpotjes in elkaar en wel zo dat de geribbelde binnenkanten telkens zijdelings zitten, waarbij de verticale tussenschotten uitgebroken worden. Horizontale plaatsing: De inbouwpotjes naast elkaar plaatsen, met de geribbelde binnenzijdes telkens aan elkaar koppelen. De tussenschotten mogen zeker niet uitgebroken worden!! Indien men dit toch zou doen, dan heeft men geen steunpunt om de bevestigingsklauwen van het stopcontactframe tegen aan te spannen.
Plaatsbepaling van het stopcontact
In de eerste plaats moet je nagaan of je wel verder mag “breien” op een bestaand netwerk van stopcontacten om het nieuwe stopcontact van genoeg stroom te kunnen voorzien.
Tel hiervoor alle stopcontacten en lichtpunten samen die zich op de kring bevinden die je wenst te benutten. Om te achterhalen welke stopcontacten en lichtpunten zich op één kring bevinden, bestaat er een eenvoudige test. Steek een radio in het stopcontact waar je wenst van af te takken en laat die spelen. Vervolgens zet je één voor één de zekeringen in de zekeringskast uit tot de radio stopt met spelen. Nu weet je aan welke kring het stopcontact gekoppeld is. Laat de zekering van dit stopcontact af. Loop nu alle stopcontacten af door de radio in te pluggen en te kijken waar het niet speelt. Ontsteek ook alle verlichting en kijk of er verlichtingspunten zijn die niet kunnen aangestoken worden. Tel alle stopcontacten en verlichtingspunten die niet aan staan.
In totaal mag je met het nieuwe stopcontact erbij geteld, maximum 8 enkele of meervoudige stopcontacten tellen. De lichtpunten worden gelijkgesteld aan een stopcontact. Spots die tegelijk bediend kunnen worden zijn gelijkgesteld aan één lichtpunt. Je hoeft dus geen rekening te houden met de schakelaars die de lichtpunten bedienen. Een voorbeeld van zo’n situatie zie je in de hierboven afgebeelde tekening, waarbij de stopcontacten een volgnummer en letter dragen van I1 tot en met I8.
Het nieuwe stopcontact plaatsen
Steenmassa uitkappen
Kap de afgebakende steenmassa uit door middel van een platte steenbeitel of met een boorhamer. Neem ongeveer 1cm meer steenmassa weg langs elke zijde van de afgetekende inbouwplaats. Kap voldoende diep, maar let erop voorzichtig te werk te gaan teneinde het gat niet “door” te kappen. Maak tegelijk een sleuf voor de stroomkabel. Hou hierbij steeds een horizontale of verticale richting aan en kies een zo kort mogelijk traject naar het stopcontact waarvan wordt afgetakt. Gebruik hiervoor een muurfrees. De diepte en de breedte van de sleuf bedragen minimum 16mm en maximum 25mm, al naargelang men de kabel of de voorbedrade buis zal gebruiken.
Inbouwpotje inpassen
Maak het gekapte gat schoon en zoveel mogelijk stofvrij. Pas het in te metsen inbouwpotje in het daarvoor bestemde gat. De geribbelde binnenzijdes van het potje dienen daarvoor horizontaal geplaatst te worden.
Snelgips mengen
Maak niet meer snelgips aan als verwerkbaar is. Snelgips droogt immers al na enkele minuten. Meng het snelgipspoeder met water volgens de verhoudingen en voorschriften op de verpakking. Roer door tot een gladde, klontervrije massa. Laat het mengsel ongeveer 1 minuut rusten en bevochtig ondertussen het gat met voldoende water. Hierbij kan u bijvoorbeeld gebruik maken van een plantenspuit.
Inbouwpotje plaatsen
Smeer nu eerst het gekapte gat voldoende in met het snelgips. Doe dit aan alle zijden van het inbouwpotje. Druk vervolgens het inbouwpotje in het gat en let erop dat de pot niet voorbij de definitieve pleisterlaag komt. Als het een nieuwe muur betreft, voorzie dan een pleisterlaag van ongeveer een halve centimeter en laat het inbouwpotje bijgevolg een halve centimeter uit de muur steken.
Plaats het inbouwpotje nauwkeurig in het gekapte gat met behulp van een kleine waterpas. Verwijder het overtollige snelgips en maak de weg vrij naar de invoergaten van het inbouwpotje waar de stroomkabel zal binnenkomen.
Strijk tenslotte zoveel als mogelijk de voorzijden van het gips glad door middel van water en een platte spatel.
Stroomkabel binnenbrengen
Let erop dat alle stroom uitgeschakeld is. Meet de benodigde lengte aan kabel of voorbedrade buis op tussen het oude en het nieuwe stopcontact. Tel aan beide zijden 15cm extra bij. De kabel dient van het type XVB 3G2.5mm² te zijn ofwel een voorbedrade buis ELFLEX 3G2.5mm². Ontmantel de 15cm extra bedrading langs beide zijden. Prik vervolgens de gaatjes van het inbouwpotje door. Tenslotte duwt u de draden tot aan de invoeropeningen in het potje en zie er nauwkeurig op toe dat de kabelmantel of de buis wel degelijk tot tegen de openstaande rand van het potje gedrukt zitten.
Let erop dat alle stroom uitgeschakeld is. Meet de benodigde lengte aan kabel of voorbedrade buis op tussen het oude en het nieuwe stopcontact. Tel aan beide zijden 15cm extra bij. De kabel dient van het type XVB 3G2.5mm² te zijn ofwel een voorbedrade buis ELFLEX 3G2.5mm². Ontmantel de 15cm extra bedrading langs beide zijden. Prik vervolgens de gaatjes van het inbouwpotje door. Tenslotte duwt u de draden tot aan de invoeropeningen in het potje en zie er nauwkeurig op toe dat de kabelmantel of de buis wel degelijk tot tegen de openstaande rand van het potje gedrukt zitten.
Let erop dat alle stroom uitgeschakeld is. Meet de benodigde lengte aan kabel of voorbedrade buis op tussen het oude en het nieuwe stopcontact. Tel aan beide zijden 15cm extra bij. De kabel dient van het type XVB 3G2.5mm² te zijn ofwel een voorbedrade buis ELFLEX 3G2.5mm². Ontmantel de 15cm extra bedrading langs beide zijden. Prik vervolgens de gaatjes van het inbouwpotje door. Tenslotte duwt u de draden tot aan de invoeropeningen in het potje en zie er nauwkeurig op toe dat de kabelmantel of de buis wel degelijk tot tegen de openstaande rand van het potje gedrukt zitten.
Let erop dat alle stroom uitgeschakeld is. Meet de benodigde lengte aan kabel of voorbedrade buis op tussen het oude en het nieuwe stopcontact. Tel aan beide zijden 15cm extra bij. De kabel dient van het type XVB 3G2.5mm² te zijn ofwel een voorbedrade buis ELFLEX 3G2.5mm². Ontmantel de 15cm extra bedrading langs beide zijden. Prik vervolgens de gaatjes van het inbouwpotje door. Tenslotte duwt u de draden tot aan de invoeropeningen in het potje en zie er nauwkeurig op toe dat de kabelmantel of de buis wel degelijk tot tegen de openstaande rand van het potje gedrukt zitten.
Van het oude stopcontact aftakken
Steek de respectievelijke kleuren van de bedrading bij elkaar. Gebruik maximum twee draden per aansluitklem. Indien er meerdere draden (bijvoorbeeld 3) in een klem van het stopcontact moeten komen, gebruik dan een rapidklem.
Het nieuwe stopcontact aansluiten
Een enkelvoudig stopcontact De draden op het stopcontact aansluiten zoals op de foto hierboven: De aarding in het midden, de blauwe of bruine draden in willekeurige volgorde maar steeds op de buitenste klemmen.
Een meervoudig stopcontact Ga op dezelfde manier tewerk als bij een enkelvoudig stopcontact maar voorzie op elke klem een doorverbinding van dezelfde kleur naar het aan te koppelen stopcontact. Deze worden doorgevoerd door de gaten in de tussenschoten. Deze gaatjes dient men nog met een schroevendraaier te doorprikken.
Let er vooral op dat de draden bij de plaatsing van het stopcontact niet geklemd geraken tussen de klauwen.
Bevestig uiteindelijk de afdekplaatjes volgens de handleiding van het merk van het stopcontact.
Het stopcontact in gebruik nemen
Plug nog geen toestel in het stopcontact in. Zet eerst de zekering van de kring terug aan en kijk of deze niet spontaan afspringt. Indien de zekering afspringt, schakel dan de spanning terug af en kijk na of de bedrading correct is aangesloten. Kijk eventueel ook na of er geen draden beschadigd zijn. Indien de zekering aan blijft, mag u een radio inpluggen en testen.
Tips
Een handige manier om de kabel of elflexleiding op zijn plaats te houden in de ingekapte sleuven is gebruik te maken van korte stukjes overschot van een geribde buis ofwel korte stukjes kabel, en deze dwars in de sleuf te klemmen en wel zodanig dat de vast te houden leiding eronder zit. Knip de buisjes of stukjes kabel net iets groter dan de sleufbreedte en verklein vervolgens op maat; Laat ze in de sleuf en strijk de sleuf dicht. In tegenstelling tot nageltjes, zullen er nadien geen roestvlekken door de bezetting zichtbaar zijn.
Als er waterkerende folie in de muur zit, probeer deze zo klein mogelijk door te snijden bij het maken van de sleuf en let er nadien op de sleuf niet helemaal dicht te strijken met cement of snelgips; blijf 2cm verwijderd van de waterkeringslaag en strijk deze verder dicht met waterwerende producten omdat je moet vermijden dat je de waterkerende folie overbrugt als de snelgips direct in contact staat met de vloer!